Verloren de Eigen Waarde
tussen hemel en aarde
Hoe te gaan frank en blij
In HOOFDSTUK 1 (Het lijden) ligt het accent op de archetypen, de menselijke collectieve oerbeelden en de daaruit volgende ideeën, die de kern van het lijden van de mens in zijn bestaan vormen. Door deze archetypische controle over het bewustzijn van de mens, is zijn Ik niet in staat om welk object dan ook in zijn reine werkelijkheid te bevatten. De introverte kijk en de extraverte kijk, spelen een belangrijke rol in de begripsvorming over het lijden van het menselijk bestaan tussen hemel en aarde.
In HOOFDSTUK 2 (Het ontstaan van het lijden) wordt eerst, aan de hand van het boeddhistische
Twaalfvoudige Wiel van Geboorte en Dood, met een alledaags voorbeeld getoond hoe het lijden
ontstaat en doorlopen moet worden. Hierna staat het proces van psychische splijting van het
opgroeiende mensje centraal.
Het lijden ontstaat doordat de psychische energie, die zich bij de geboorte geheel in de
buikstreek bevond, steeds meer gebruikt wordt om de verschillende complexen in het hoofd op
te bouwen. De belangrijkste afgesplitste psychische delen in ieder volwassen mens zijn het
Ik, de Schaduw, de Persona, de Anima in de man en de Animus in de vrouw, met daarnaast het
regulerende Zelf als basis om dit alles niet uit de hand te laten lopen. Het is de begeerte
die al gauw in deze opdeling van de psyche kan toeslaan en de mens tot allerlei gedoe
verleidt.
De zes relaties tussen man en vrouw, alsmede het psychologische type van het Ik-complex,
krijgen extra aandacht vanwege de dramatische effecten die deze factoren op de onderlinge
menselijke verhoudingen hebben, met het daar weer door ontstane lijden. Tegen het einde van
hoofdstuk 2 wordt de oorzaak van het psychosomatische lijden nog toegelicht en doen twee
Zenmeesters ook nog hun zegje met betrekking tot het ontstaan van het lijden.
In HOOFDSTUK 3 (De beëindiging van het lijden) komt de kwintessens van deze Introductie tot
de Psychologie der Zelfverwerkelijking naar voren in het begrip van het 'ongeborene'. Door
dit te begrijpen, is de eerste stap gezet tot de mogelijkheid het lijden te beëindigen en de
Ziel op een gegeven moment te kunnen gaan ervaren. Na een vergelijkend overzicht van onze
gespleten persoonlijkheidsdelen naar westers en oosters model, ligt de nadruk op het zich
bewust worden van de werking van de onbewuste delen binnen de eigen psyche, waardoor de
hieraan gebonden energie zich gaandeweg kan verplaatsen naar het Zelf. De mogelijkheid tot
bewustwording wordt verder verruimd door dieper in te gaan op de Schaduw, de Animus in de
vrouw, de Anima in de man, de overdracht, alsmede door het onderzoeken van onze dromen en
lichamelijke ziekten.
Op deze manier komt er uiteindelijk een moment dat de psychische energie in het Zelf een
dusdanige zwaarte bereikt, dat deze bij de man duidelijk voelbaar en plotseling vanuit het
hoofd naar het midden van het lichaam zal vallen. Dit onverwachte gebeuren is de
verlichtingservaring van de man en wordt uitgebreid toegelicht. Het verloop van het proces
tot verlichting van de vrouw is qua richting en accenten deels tegengesteld aan dat van de
man. Immers, de man vindt zijn voleinding via het midden van zijn lichaam en de vrouw vindt
haar voleinding via het midden van haar geest. In de zes fasen van de vrouwelijke ontwikkeling
tot het ervaren van verlichting wordt dit laatste duidelijk gemaakt.
Het begrip archetype wordt verder uitgebreid aan de hand van een voor de zelfverwerkelijking
belangrijk oerbeeld als dat van de Grote Moeder. Hierna worden de boeddhistische begrippen
samsara en nirvana, het drievoudige lichaam van de Boeddha, alsmede het begrip reïncarnatie
verduidelijkt.
Als afsluiting van hoofdstuk 3 volgen de nodige 'één-zinnen' ter overpeinzing.
In HOOFDSTUK 4 (De weg die leidt naar het beëindigen van het lijden) wordt aan de hand van het
boeddhistische Achtvoudige Pad, de westerse weg behandeld die leidt tot beëindiging van het
lijden. In de paragrafen over het juist begrijpen, het juist denken, het juist spreken, het
juist handelen, de juiste levenswijze, de juiste inspanning, de juiste oplettendheid en de
juiste meditatieve concentratie, staan veel praktische zaken over hoe de weg bewandeld kan
worden.
Ieder onderdeel van dit Achtvoudige Pad wordt ingeleid door wat Gautama Boeddha daar zelf
in het kort over heeft gezegd, en daarna wordt beschreven waar het met betrekking tot ons
dagelijkse westerse bestaan over gaat, opgeluisterd met de nodige voorbeelden en afgesloten
met een rij typerende kenmerken.
In het achtste onderdeel van dit pad, de juiste meditatieve concentratie, worden de elkaar
afwisselende manieren van mediteren uit de doeken gedaan. Hier wordt ook duidelijk gemaakt
dat de manieren van mediteren voor en na de verlichtingservaring wezenlijk verschillend zijn.
Uiteindelijk leidt de juiste meditatie tot het beoogde doel der zelfverwerkelijking, tot
het-zodanig-zijn in het Eigen Wezen met de Deugd als het nuttig-werkende.
Aan het einde van hoofdstuk 4 geeft de Zenmeester Huang-po (gestorven in 850) zijn kernachtige
formulering ter beëindiging van het lijden.
In de EPILOOG volgt een ruwe schets van het eigen zelfverwerkelijkingsproces van de auteur. Belangrijke gebeurtenissen, met een directe betrekking tot dit proces, zijn psychologisch uitvergroot.